Parijs-Roubaix: Eén keer en nooit meer?

Tja, er zijn van die dingen die moet je een keer meemaken voordat je weet wat het werkelijk is en voordat je er over mag praten. Dus togen 3 Everlonaren (Koene, Jeroen en Rob) samen met 3 andere 'zieke geesten in een gezond lichaam'  naar Frankrijk voor de Parijs-Roubaix Challenge 2016.

 

Op vrijdagmiddag reisde ik met Jeroen en  Lars af naar Roubaix voor het ophalen van de startbewijzen. De laatste km met de auto naar HET stadion ging al over de van TV bekende weg en toen  we het sportpark opdraaiden, begon het al te kriebelen. Alles lag netjes klaar en na een korte blik op DE baan op naar het appartement in Lille. Na een biertje in de erg mooie binnenstad arriveerden Koene, Ralph en Joop gauw genoeg.

 

 

Het is 04:00, ja de wekker gaat af na een korte onrustige nacht. Is het de spanning voor wat komen gaat, het bed, het gesnurk en gerommel om je heen? Kleren aan en hup de auto in naar Roubaix om de 'bus te halen'. We worden immers met de bus naar het startpunt gebracht. Stress en hectiek in de vroege ochtend is waardeloos. Het vinden van een toegestane parkeerplaats voor de auto is ellendig en de tijd loopt weg.

 

Uiteindelijk zitten we allemaal om 5:30 in dezelfde bus van de 60 die er staan met aanhangwagens , fietsvervoerkarren en alles wat meer dan 10 fietsen tegelijk kan vervoeren. Even na 5:30 vertrekken we dan ook. Poeh, even tijd voor een ontbijtje en daarna relaxen en wat bus-rust pakken.

 

Om 7:45 komen we aan in Busigny waar we snel onze fiets en het voorwiel (los van elkaar vervoerd) te pakken hebben. Net voor achten staan we aan de start voor 170 km waarvan een dikke 52 over kasseien. Een paar foto's en we zijn op weg voor het laatste deel wat de profs morgen fietsen. 

 

 

Na 13 km opwarmen doemt de eerste natte, modderige kasseienstrook (Pavé) op. En wat je dan ziet is bijna niet voor te stellen: wat een chaos! Tientalle bidons, lekke banden, omgevallen fietsers en de eersten met materiaalpech. Maar ik geniet van het glibberen en glijden.

 

We komen allemaal goed de eerste van de 27 kasseistroken door en langzaam aan begint het te wennen. Tussen de stroken blijft het tempo vrij goed en hergroeperen we bij de eerste van de 3 pauzeplekken. Op de 'Pavés'  bij elkaar blijven is lastig en langzaam aan ontstaan er 2 natuurlijke groepjes. Werner, een goede bekende van Koene is vanaf de start aangesloten en fietst met Koene op, ff daarvoor Jeroen, Ralph, Lars en ik. Joop maakt na elke pauze een pikstart, pikken 'm even later weer op, fietst een stuk mee en laat dan het laatste stukje weer lopen waarna we hergroeperen bij de pauze. 

 

Het fietsen op de kasseienstroken is een vak apart maar je kunt het leren. Grofweg zijn er 2 keuzes: in het midden op de rug of langs de kasseien op door het 'zand'. Ik voel me vrijer en vrijer op de kasseien, het heeft wel wat weg van lekker raggen op de CX, die ik niet geheel toevallig onder mijn derrière heb met speciale 27 mm Parijs-Roubaix banden er op. 

 

Na 9 stroken komt HET in zicht, het is HET bos van Wallers oftewel Trouée d'Arenberg. Het is 2,4 km het slechtste van het slechtste, niet voor te stellen, alsof er een kiepwagen met de bak omhoog door het bos is gereden waarna een wals de boel een beetje heeft aangereden. Het grootste probleem is misschien wel de toerrijders die de 140 km (een rondje) doen en hier de eerste kasseien te verwerken krijgen waardoor het wat druk is. Daarnaast is het spekglad, tempo zou het beste zijn maar in de drukte bijna onmogelijk. Toch ga ik er redelijk goed overheen en geniet ik wederom. Het is glijden en  glibberen wat voornamelijk komt als je elke keer van je lijn af moet wijken om anderen in te halen. Yes....Wauw.... HET bos overleefd.

 

In ons groepje zijn de meningen verdeeld. Jeroen vond het ook leuk, de rest beduidend minder. Ralph is onderuit gegaan en derailleurkooi en derailleurpad zijn helemaal scheef. Na een half uur McGyveren zijn we weer onderweg en gauw genoeg op de 2de pauzeplek. Ook hier is het erg goed geregeld met eten en drinken.

 

Koene begint wat last te krijgen van zijn arm maar bijt, zoals we 'm kennen, flink door.

Ik heb ondertussen wat lucht uit de banden gelaten en van 6.0/6.5 naar 4.0/4.5 gegaan, ben benieuwd. Ook Jeroen heeft zijn bandenspanning wat verlaagd en dat blijkt bij het opgaan van de eerste strook na de pauze  niet de beste keuze: LEK. Ralph, Lars en Joop fietsen door. Bandje wisselen en met Jeroen weer op weg. Bij mij is het nu een stuk beter, de fiets lijkt nu wel te zweven/glijden op de keien, wat een verschil! Ik snap nu waarom de profs zo geheimzinnig hierover doen. De combi van soort band, breedte en druk is waar het om draait. 

 

Na de laatste pauze wordt het tempo nog wat verder opgeschroefd, zeker op de kasseien. Waar we 's ochtends nog voorzichtig waren is het nu gewoon erover heen knallen. Op de stukken die licht naar beneden lopen of waar we wat wind in de rug hebben is het genieten als je er met 35 overheen dendert, de bochten (soms kleine kuipbochtjes) zijn ook fun. Yes, I love it! Oké, de stukken die wind in én omhoog lopen zijn wel erg zwaar. Ik begin het dan ook zwaarder te krijgen en op de tussenstukken laat ik het kopwerk het laatste uurtje aan Ralph, Lars en 'still going strong' Jeroen over. 

 

Na de laatste 5 sterren strook genaamd Carrefour de l'Arbre (hoe slechter en langer de kasseienstrook, hoe meer sterren) komt Roubaix in zicht en begint er een mooi gevoel zich van me meester te maken. De laatste kilometers die we gisteren al met de auto hebben verkend gaan naar beneden. YES, finish in zicht nog 2 bochten en hup DE wielerbaan op. Even nog lekker door die steile bochten heen knallen en FINISH na 6 uurtjes, 170 km, met een stiekeme 900 hm. 

 

Dan is het nog even wachten op Joop en daarna Koene. We nuttigen samen een overheerlijk biertje en eindigen in de mythische douches van Roubaix. Peter van Petegem's hokje is nog vrij waarna ik heerlijk warm water over het vermoeide lijf laat stromen. Ook dit laatste stukje is voor mij onderdeel van de gehele Parijs-Roubaix belevenis. 

 

 Al met al een waanzinnig dag die ik me nog lang zal heugen, die ik op wat vermoeide polsen zonder lichamelijke klachten afsluit en waar ik met veel plezier op terug kijk. En die één keer en nooit meer? Nou, het nooit meer streep ik door. Niet dat ik volgende jaar weer aan de start sta maar uitsluiten doe ik het zeker niet.

 

Rob M.


Reactie schrijven

Commentaren: 0