De Heer hebbe zijn ziel

Gisteren fietste ik Rondje Duitsland.

Vijf prominente leden van onze club omringden mij. Ik voelde mij als vurig pleitbezorger voor handhaving van de C-categorie eerlijk gezegd wat onwennig tussen het geweld van drie A-rijders (Jan C, Ger H en Johan J), en twee B-mannen (initiatiefnemer Robert L en coming man Erwin K). Johan J nam de rol van wegkapitein op zich. We zouden zijn 100 kilometerversie van de Duitslandroute gaan fietsen. Ik zou wel zien hoe lang ze geduld met mij zouden hebben.

 

 

Het begin verliep soepeltjes.

Meteen na Venlo werd duidelijk dat Johans parcours afweek van wat ik gewend was. We draaiden meteen richting Tegelen en koersten 40 kilometer lang over vlakke, mooi geasfalteerde landweggetjes afgewisseld door wat Duitse dorpjes. Het zag ernaar uit dat we de hellingen zouden vermijden. Welaan, dat kon ik achter de brede rug van reus Robert wel bijbenen. Er was zelfs tijd voor een goed gesprek over vakanties in Gerlos, het weer in de Provence, de 70-urige werkweek en die ellendige dopingverhalen.

 

Maar toen kwam Boisheim in zicht.

In de verte verscheen de eerste glooiing en ik besefte wat me te wachten stond. Alle molshopen van het beruchte Rondje Duitsland lagen op me te wachten, maar nu in omgekeerde volgorde. Al bij de eerste meters stijging hapte ik naar adem en zag de andere vijf uit het zicht verdwijnen. Boven aangekomen stond Johan op me te wachten. Hij nam me op sleeptouw naar de kuierende andere vier in een perfect aangepast tempo. Daar kon Froome nog wat van leren. Elke volgende helling leverde hetzelfde tafereel op.

 

We naderden stilaan Hinsbeck.

Bij de kerk scherp naar links afdraaiend en twijfelend over de te kiezen versnelling, werd ik als een speer voorbij gestoken door Ger H. Hij schakelde naar het buitenblad, ging recht op de pedalen staan en was gezien. Zelf sleepte ik me omhoog. Ik moest denken aan het betreurde oud-lid Wiel Janssen, de Heer hebbe zijn ziel. Na elke helling hebben we toentertijd op hem gewacht, vooral ook in Luik-Bastenaken-Luik. De Redoute bedwong hij altijd lopend, daarbij steunend op het stuur van zijn fiets alsof het een rollator was met verkeerd gemonteerde wielen. Lopen hoefde ik gelukkig nog niet, tegen die tijd zou ik mijn fiets verkopen voor wat die nog waard was.

 

Toen kwam er het valse plat.

Dat liep even voorbij het zwembad gelukkig eerst omlaag. Maar toen genadeloos weer omhoog door het bos, eindigend bij die Blaue Lagune. Mijn kompanen zorgden er voor dat ik in hun wiel kon blijven, zij het met moeite. Het besef dat het ergste achter de rug was gaf me moed. Ik werd zelfs vrolijk bij de gedachte dat Venlo zo dichtbij was en we dan nog maar één keer omhoog hoefden. En ook daar toonden de gangmakers zich ware gentlemen.

 

Vanuit Maasbree weer naar huis.

Een paar kilometertjes nog en het zat er op. Althans dat had ik gedacht. Maar Johan besliste anders, want de tellers stonden nog te ver van de 100 af. We slingerden dus nog even door het bochtige gebied tussen Bree en Baarlo, waar een berugzakte Rob M zich bij ons aansloot. Hij had op die dag de Nederlandse economie op pijl mogen houden.

Op 2 kilometer voor Potdé gebeurde eindelijk waar ik eerder die middag vurig naar had verlangd: lek! Maar nu hoefde het eigenlijk niet meer.

 

Tegen half vijf fietste ik richting plantsoen-met-die-merkwaardige-naam met een voldaan gevoel en vol bewondering voor het geduld van de andere vijf. Zij mogen hopen op evenveel mededogen als zij over 10, 20 of 30 jaar de soixante-neuf naderen.

 

Groet,

 

Harry Jacobs

Reactie schrijven

Commentaren: 0